Why not me, why love her?

It shouldn't hurt,
But yet it does
I'll just keep my fingers crossed
Love will find me,
Of that I'm sure
But why not me,
Why love her? 

It's not the target, but the hunt

 

It is saidwe always want what we can’t get. But, when we do manage to achieve what wewant, we discover it doesn’t give any satisfaction, against all prospects.  We discover we just like the feeling of how asituation should be. We discover we just like to create dreams by a bunch ofuncontrolled thoughts. We just like to make up our own fairytales and even byknowing they’ll never come true, we like the thought of having something to live for. And in the end it is not the target or result we enjoy, inthe end it's just the road we like to walk, not the thing we want to achieve. It’s notthe target, it’s the hunt we enjoy.

 

Verloren

Als het leven van een bloem heeft onze vriendschap mijn leven gekarakteriseerd.

Vanaf het kleinste begin met veel liefde verzorgd.
Maar nu het hoogtepunt van de bloei gepasseerd is,
lijkt het alsof de regen en het zonlicht niets meer doen groeien.

Moe van het wachten op iets wat ik tevergeefs achtervolg,
Ondanks ik dacht dat alles te overwinnen was,
en hopend dat ik vind wat zo diep verborgen lijkt te zijn,
Probeer ik te verdringen dat het zal vallen en dat ik zal instorten. 

Toch ben ik nog niet klaar om op te geven, 
Bang iets te missen, waarvan ik zal houden.
Maar mezelf afvragend waarom ik het nog probeer,
weet ik dat het de moeite en de liefde zullen zijn, die verloren gaan in een bodemloze put van verdriet.

De bloem is verdronken in een zee van tranen,
Verdord, in een woestijn van leegte,
Wortels die nergens meer aan kunnen hechten.

Nu lig ik hier, door verdriet vastgenageld aan de grond,
In zelfmedelijden afgezonderd van de wereld,
En ik weet, dat alles zal wegglippen,
Net zoals het zand, waar eerst de wortels van onze vriendschap in verstrengeld waren, is weggeglipt door mijn vingers.

 

 

 

Lentezon

De lentezon tekent samen met een frisse voorjaarswind,
een glimlach op mijn nog bleke gezicht.

Tussen de stralen van de nog prille aprilzon door, lijkt de breuk in mijn glimlach een fractie van een seconde onvindbaar te zijn. 

Maar door de gedachte aan het missen, het kwijt zijn en de realiteit van het onaantastbare, begint de scheur van verlangen en verdriet in mijn gezicht, zo bleek als porselein, weer als vanouds te overheersen. 

Als een pop verroer ik me niet, ik blijf zitten, in de fabelachtige lentezon, in de hoop dat de zon mijn glimlach weer kan herstellen, zoals lijm een breuk van een porseleinen pop.   

~ . ~